3Banner ZOP

Zeiltrim

Een zeil van een Oppi is eenvoudig maar er kan en moet veel aan getrimd worden.We kunnen het zeil trimmen met maar liefst 4 lijnen

• Mastborglijn; hiermee regel je de spanning op het voorlijk [strakker = bolling naar voren, losser = bolling naar achter]

De mastborglijn moet altijd strak genoeg staan om de mast op de Oppi te houden als deze omslaat maar als het harder waait moet de mastborglijn ook strakker om het zeil vlakker te maken. Zonder juiste voorlijkspanning heeft verder trimmen weinig zin.

• Sprietval; hiermee regel je de spanning op het achter- en bovenlijk.

Veelal varen kids met te weinig spanning op het sprietval waardoor er een vervelende plooi in het zeil ontstaat. Door te weinig spanning zal ook het achterlijk te ver open gaan wat aan-de-winds snelheid en hoogte kost.

• Onderlijkstrekker [outhaul] mag duidelijk zijn.

Voor onze cursisten is het een uitdaging om op voor-de-windse rakken de outhaul los te gooien en zo het zeil eenvoudig veel meer bolling te geven. Een nog niet veel toegepaste oefening. Vooral het weer op tijd strak zetten van het onderlijk voordat we het aan-de-windse rak in gaan, zal de nodige problemen opleveren.Als we niet dynamisch trimmen kan in ieder geval afhankelijk van de windsterkte het onderlijk meer of minder stak worden gezet. [trimstreepjes op de giek maken]

• Neerhouder [kick] mag ook duidelijk zijn.

Ondergewaardeerd maar belangrijk op alle koersen behalve hoog aan de wind. Als er geen of onvoldoende spanning op de neerhouder staat waait alle wind uit het zeil. Zonder neerhouder krijg je het achterlijk niet strak, de giek zal bij het kleinste briesje omhoog gaan en alle druk schiet uit het zeil zowel aan de boven- als achterkant. 

Rampzalig is te weinig of geen neerhouder op voor-de-windse koersen, niet alleen zal de giek hinderlijk omhoog komen maar het gedrag van een Oppi wordt zeer negatief beïnvloed. Zo erg dat er niet meer mee valt te zeilen. De vaart gaat er uit en bij een oplopende golf zal de neus gaan duiken, het roertje wordt uit het water getild, bootje komt dwars te liggen en bingo.

• Mastvalling

Onder aan de mastvoet zit een stelmogelijkheid. Wist je dat? Hiermee kan je de positie van de voet van de mast maar vooral de top van de mast enorm beïnvloeden. Eén centimeter beneden kan wel 6 centimeter boven zijn. De zwarte ronde doorvoer op dekniveau is het scharnierpunt. Mastvoet naar achter = mast naar voren is minder loefgierig [licht weer], mastvoet naar voren = mast naar achter is meer loefgierig [harde wind] Dit laatste natuurlijk in combinatie met goed gebruik van de voetbanden en gewichtstrim in de langsrichting [hoe harder het gaat waaien hoe verder we het gewicht naar achteren gaan brengen] 


Sponsoren van de Zoute Optimist